Gemeente als schuldeiser

handreikingDe handreiking ‘Behoorlijke en effectieve invordering van geldschulden‘ van het Ministerie van BZK geeft aanbevelingen voor de manier waarop gemeenten en andere overheden het proces van invorderen van geldschulden het beste kunnen inrichten. De handreiking is bedoeld voor gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsinstanties. In het bijzonder voor de afdelingen die uitkeringen of subsidies verstrekken, belastingen innen, belast zijn met bestuurlijke handhaving of bestuurlijke sancties opleggen. Dus stuur deze handreiking door naar je collega’s van die afdelingen!

Dit schema vat het invorderingsproces samen:

schema

Zelden zo rijk

aaa

Het was de afgelopen tijd wat stil op dit blog. Ik leidde zes weken met mijn gezin een teruggetrokken bestaan in de Amerikaanse wildernis. Zonder WiFi, zonder douche. Wassen in de rivier. WC een gat in de grond. Supermarkt een halve dag rijden. Wat nou armoede; ik heb me zelden zo rijk gevoeld!

Nu weer over tot de orde van de dag. Werkze allemaal!

IMG_9104

Wetsvoorstel beslagvrije voet

Deze week is het wetsvoorstel beslagvrije voet ter consultatie gepubliceerd op overheid.nl.

Eind vorig jaar kondigde Klijnsma aan dat ‘het streven is de beslagvrije voet zo veel mogelijk door een vast bedrag per leefsituatie vorm te gegeven. Bij de vaststelling van dit vaste bedrag wordt aansluiting gezocht bij de uitkomsten van het huidige systeem. Uitgangspunt is daarmee dat de hoogte van de beslagvrije voet grosso modo gelijk blijft. Er kan echter niet uitgesloten worden dat er individuele verschillen zullen zijn met het huidige systeem.’

In een Kamerdebat meldde Klijnsma deze week dat zij haar ‘stinkende best’ doet om de nieuwe beslagvrije voet op 1 januari 2017 in te voeren.

Wil je meedenken over de nieuwe beslagvrije voet? Doe dat via schuldinfo op LinkedIn.

DUO gaat soepeler om met studieschuld

Een student met problematische schulden krijgt moeilijk toegang tot schuldhulpverlening, omdat hij geen inkomen heeft. Bij wet is namelijk uitgesloten dat er beslag kan worden gelegd op studiefinanciering, zodat de student het volledige bedrag aan studiefinanciering kan benutten voor zijn studie. Soms is DUO naast verstrekker van studiefinanciering ook schuldeiser. Dit betreft dan direct opeisbare studieschulden, zoals lesgeldschulden, vorderingen voor onterecht bezit van het studentenreisproduct en betalingsachterstanden. Een normale studieschuld vormt in beginsel geen probleem, omdat er tijdens de studie geen terugbetaalverplichting bestaat. Als DUO een dergelijke dubbelrol heeft, dient er een evenwicht gevonden te worden tussen de noodzaak om studenten te houden aan hun terugbetaalverplichting en een sociaal beleid voor deze specifieke groep, namelijk studerende jongeren met problematische schulden.

Staatssecretaris Klijnsma schrijft op pagina 4 van haar brief aan de Tweede Kamer (d.d. 1 juli 2016) dat DUO voor de duur van het schuldhulpverleningstraject doch minimaal voor de duur van de studie uitstel van betaling gaat geven voor bepaalde onderwijsgerelateerde schulden wanneer dit naar oordeel van de (gemeentelijke) schuldhulpverlener noodzakelijk is om tot een minnelijke schuldregeling te komen. Dit betekent dat een mogelijke belemmering voor een schuldenregeling wordt weggenomen en deze DUO-schulden niet meelopen in een eventuele schuldregeling. Met een dergelijke incassopauze kan de student in een stabiele financiële situatie zijn opleiding voltooien. In bijzondere situaties is er soms meer nodig, bijvoorbeeld in het geval van zwerfjongeren. Wanneer er naar het oordeel van de (gemeentelijke) schuldhulpverlener en DUO sprake is van een bijzonder schrijnend geval waarbij enkel een algehele schone lei uitkomst biedt, kan DUO onderwijsgerelateerde schulden (deels) kwijtschelden, net zoals met andere schulden kan gebeuren in een schuldsaneringstraject.

 

Kosten beschermingsbewind stijgen, wel minder aanvragen; Klijnsma biedt gemeenten geen compensatie

Klijnsma heeft onderzoek laten doen naar de ontwikkelingen van zowel de kosten als het aantal onderbewindgestelden.

Uit het onderzoek  komt ten eerste naar voren dat sprake is van een aanmerkelijke stijging van het aantal mensen voor wie gemeenten bijdragen in de kosten van bewind in de periode 2013-2015 (32% per jaar). Een nog grotere stijging is waargenomen in de kosten die gemeenten maken voor bewind: de gemeentelijke bijdragen uit bijzondere bijstand namen in diezelfde periode toe met 44% per jaar. In totaal heeft de stijging van het aantal mensen dat beroep doet op de bijzondere bijstand in combinatie met de extra stijging in de kosten voor de periode 2013 tot en met 2015 extra gemeentelijke uitgaven van € 60 miljoen tot gevolg gehad (van € 55 miljoen in 2013 naar € 115 miljoen in 2015).

Een tweede bevinding is dat de ontwikkeling van zowel het aantal onderbewindgestelden dat beroep doet op bijzondere bijstand, als de totale gemeentelijke uitgaven voor bewind grote verschillen kent tussen gemeenten. Zo is indien de totale kosten van de gemeente worden afgezet tegen het aantal bijstandsgerechtigden van de desbetreffende gemeente in 26% van alle gemeenten sprake van kosten lager dan €200,00 per bijstandsgerechtigde, terwijl in 28% van alle gevallen sprake is van kosten hoger dan €400,00 per bijstandsgerechtigde. Daarbij kan dit verschil zelfs spelen tussen buurgemeenten of in ieder geval gemeenten binnen dezelfde regio.

Toch lijkt er ook een trendbreuk zichtbaar in 2015: het aantal aanvragen voor beschermingsbewind is voor het eerst gedaald en dit heeft een weerslag gevonden in een afvlakkende stijging van het aantal personen dat beroep deed op de bijzondere bijstand voor kosten bewind in dat jaar. Mogelijk ligt een deel van de verklaring voor deze trendbreuk in het feit dat steeds meer gemeenten werken aan de ontwikkeling van een alternatief aanbod. In het onderzoek geeft de helft (51%) van de gemeenten aan een alternatief op het vlak van beschermingsbewind aan te bieden en bijna altijd ook beschikbaar te hebben. Het overgrote merendeel van de gemeenten blijkt pas sinds kort met alternatieven voor bewind te werken. Ook een goede integrale aanpak lijkt zijn vertaling te vinden in een beperkter beroep op bewind. Lees hiervoor ook het Onderzoek Alternatieven voor bewind.

Voornemens Klijnsma

De inzet van Klijnsma voor de nabije toekomst is erop gericht gemeenten verder te faciliteren bij het vormgeven van de integrale aanpak. Klijnsma ziet daarin verschillende sporen:

  1. Belangrijk is dat organisaties die het eerst in contact komen met financieel beperkt zelfredzame personen die signalen herkennen en zo nodig doorverwijzen;
  2. Gemeenten bezien welke ondersteuning de betrokkene behoeft;
  3. Gemeenten beschikken over een voldoende gedifferentieerd instrumentarium om passende ondersteuning te kunnen bieden.
  4. Bewindvoerders en gemeenten in gesprek gaan over de instroom in en uitstroom uit bewind, alsmede de vervlechting van elkaars dienstverlening.

Lees een toelichting op deze sporenop pagina 3 van haar brief aan de Tweede Kamer d.d. 1 juli 2016.

Divosa ziet liefst dat Klijnsma gemeenten (ook) financieel compenseert voor de hoge kosten van beschermingsbewind.

 

Tegemoetkoming voor mbo’ers uit gezinnen met laag inkomen

Minister Bussemaker maakt €5 miljoen vrij om ouders met een laag inkomen en minderjarige kinderen op het mbo tegemoet te komen in de schoolkosten. Ze komt in het najaar met een structurele oplossing.

In het regeerakkoord werd bepaald dat de tegemoetkoming in de schoolkosten (WTOS) moest opgaan in het kindgebonden budget. Hierdoor krijgen veel meer huishoudens met een laag inkomen een compensatie. Los van deze overgang zijn de bedragen in het kindgebonden budget bovendien verhoogd. Desondanks heeft de wijziging van de regeling tot onbedoeld gevolg gehad dat sommige groepen erop achteruit gingen. Daarom zijn de afgelopen jaren gemeenten en fondsen in het gat gesprongen.

Afgelopen najaar concludeerde Bussemaker nog dat compensatie niet nodig was.

7,5 miljoen extra voor schuldhulpverlening

Jetta Klijnsma trekt de komende drie jaar 7,5 miljoen euro extra uit voor schuldhulpverlening. De staatssecretaris past wetgeving aan waar dat nodig is, wil de professionaliteit en de registratie in de schuldhulp verbeteren en laat de inspectie onderzoek doen naar de toegankelijkheid. Zodat mensen die er zelf niet in slagen hun problematische schulden op te lossen, vaker op een passende manier kunnen worden geholpen.

Klijnsma schrijft dit naar aanleiding van de evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Gisteren verscheen het evaluatierapport. De evaluatie laat zien dat veel is verbeterd. Gemeenten shvpakken problemen meer integraal aan, bieden steeds meer soorten van schuldhulpverlening en hebben meer aandacht voor het voorkomen en op tijd in beeld krijgen van problematische schulden.

Maar Klijnsma vindt ook uit de evaluatie blijken dat er verbeterpunten zijn. Daarom koppelt zij actie aan de uitkomsten, na intensief overleg met onder meer VNG, Divosa, NVVK, Sociaal Werk Nederland en cliëntenraad LCR. Die organisaties wijzen er op hoe belangrijk het is dat mensen niet zondermeer worden geweigerd bij de schuldhulpverlening. Ze wijzen op het belang van de beslagvrije voet en van een goede afstemming tussen schuldeisers. Deze aanbevelingen en de knelpunten die de Ombudsman heeft verzameld gebruikt Klijnsma voor haar actieplan. “Mensen mogen zich niet in de steek gelaten voelen. Daarom wil ik samen met heel veel betrokken partners de schuldhulpverlening toegankelijker, transparanter en professioneler maken. Daar trek ik 7,5 miljoen euro voor uit.”

De 7,5 miljoen wordt besteed aan:

1. Professionaleringsimpuls:

  • VNG, NVVK, Divosa en Sociaal Werk Nederland onderzoeken in samenwerking met LCR en met SZW en Nibud als partners de invulling van een ondersteuningsprogramma voor schuldhulpverlening in het brede sociaal domein. Dit programma richt zich op raadsleden, wethouders, beleidsmedewerkers, medewerkers in de uitvoering alsmede op cliëntenraden.
  • Deze partijen zetten ook in op professionalisering door het actualiseren van de handreiking over schuldenproblematiek ten behoeve van de wijkteams en het organiseren van leercirkels en bijeenkomsten in de arbeidsmarktregio’s.
  • Het ontwikkelen van een handreiking over de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht in de Wgs. De handreiking zal niet alleen voor gemeenten, maar ook voor andere partijen, zoals lokale cliëntenraden, handvatten bieden om de rechtszekerheid beter te kunnen waarborgen.

2. Toegang tot gemeentelijk schuldhulpverlening

  • Om beter inzicht te krijgen in de toegankelijkheid van schuldhulpverlening start Inspectie SZW in 2016 een onderzoek waarin wordt nagegaan hoe gemeenten hier in de praktijk uitvoering aan geven.
  • Het ministerie van SZW bereidt tegelijkertijd een mogelijke aanscherping van de Wgs voor om geconstateerde blokkades betreffende de toegang tot weg te nemen. Mocht het onderzoek daartoe aanleiding geven, dan kan dat wetsvoorstel snel worden ingediend.

3. Innovatieve aanpakken

  • Gemeenten ondersteunen bij het terugdringen van problematische schulden, door via onderzoek de kennis over de effectiviteit van methoden/interventies in de schuldenaanpak te vergroten, via het al lopende meerjarige kennisprogramma “Vakkundig aan het werk”. Één van de programmalijnen waarbinnen onderzoeksubsidie kan worden aangevraagd is schuldhulpverlening en armoedebestrijding.
  • Nieuwe projecten en aanpakken van gemeenten stimuleren en bijdragen aan het verspreiden van kennis, maar ook gezamenlijk met gemeenten en partijen zoeken naar passende dienstverlening voor (nieuwe) doelgroepen.
  • Voortzetting van de subsidieregeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in 2016 en 2017.

4. Meten is weten: registratie en de beschikbaarheid van gegevens binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening

  • Verbeteren monitoring en benchmarking

5. Aanpassen van (aanpalende) wet- en regelgeving ten behoeve van een effectievere schuldhulpverlening

  • Breed wettelijk moratorium. Internetconsultatie loopt.
  • Besluit gegevensuitwisseling schuldhulpverlening. De VNG, Divosa en de NVVK werken uit waar en met welk doel in het proces van schuldhulpverlening welke gegevens noodzakelijk zijn. Op basis daarvan wordt bekeken wat de volgende stap is om tot een besluit te komen.
  • Per 1-7-2016 treedt het wetsvoorstel Wanbetalers in de zorg in werking. Belangrijke onderdelen van dit wetsvoorstel zijn: (a) verlaging bestuursrechtelijke premie, (b) de mogelijkheid dat een wanbetaler zonder tussenkomst van een schuldhulpverlener uit de wanbetalersregeling kan stromen als er een betalingsregeling wordt getroffen met de zorgverzekeraar en (c) de onderliggende lagere regelgeving om bijstandsgerechtigden onder bepaalde voorwaarden te laten uitstromen is in voorbereiding.

Voorlopig geen uitbreiding private schuldbemiddeling
Op de laatste pagina van de kabinetsreactie lees ik over het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars:

Wij maken van de gelegenheid gebruik hier stil te staan bij het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars. Schuldbemiddeling tegen betaling mag thans alleen worden aangeboden door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken en bepaalde gereguleerde beroepen zoals advocaten en notarissen. Overige private partijen is het slechts toegestaan om schuldbemiddeling te verrichten indien daarvoor geen vergoeding wordt gevraagd. Het bij uw Kamer voorgehangen Vrijstellingsbesluit maakt het mogelijk dat ook deze partijen schuldbemiddeling tegen betaling mogen aanbieden. Hierdoor zouden de mogelijkheden om (problematische) schulden op te lossen voor mensen worden vergroot. Dat zou er bijvoorbeeld aan kunnen bijdragen dat de doorlooptijden van de schuldhulpverlening worden verkort. Mensen moeten dan wel kunnen rekenen op kwalitatief goede dienstverlening. Hiervoor zijn in het eerder bij uw Kamer voorgehangen Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars diverse maatregelen voorgesteld. Uw vragen naar aanleiding van het voorgehangen besluit plus de nu voorliggende evaluatie geven het belang van een sterke invulling van de gemeentelijke regierol aan. De evaluatie laat bovendien zien dat de gewenste kwaliteitsbodem in de gemeentelijke schuldhulpverlening mede door alle ontwikkelingen in het sociale domein, nog niet volledig is gelegd. Het kabinet heeft hierom besloten het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars verder in procedure te brengen wanneer de kwaliteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening dusdanig is dat gemeenten hun regierol waar kunnen maken. Het kabinet onderzoekt wanneer dat het geval is. Daarnaast zal het kabinet er bij gemeenten die daar aan toe zijn op aandringen meer gebruik te maken van de mogelijkheden die zij thans al hebben om gebruik te maken van private schuldbemiddeling.

Lees ook: