Regeerakkoord over armoede en schulden

Regeerakkoord

Op p. 27 van het vanmiddag gepresenteerde Regeerakkoord wijdt de nieuwe coalitie een paragraaf aan het Terugdringen van schulden en armoede:

  • Eén op de tien huishoudens heeft problematische schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet wil het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en mensen met schulden effectiever te helpen. Schuldhulpverlening is en blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Via programmatische afspraken wenst het kabinet met gemeenten tot een vernieuwende schuldenaanpak en een verbeterd schuldhulpverleningstraject te komen. Hierbij kunnen de volgende thema’s aan bod komen:
    – Verbeteren van de (toegang tot) schuldhulpverlening, met kortere wachttijden.
    – Beter samenwerken met andere partijen om onnodig oplopen van schulden te voorkomen.
    – Voorkomen van uithuisplaatsingen, zeker als daar kinderen bij betrokken zijn.
    – Ruimte geven aan gemeenten om op lokaal niveau met vernieuwende aanpakken en maatwerk te experimenteren.
  • De overheid heeft als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid om onnodige vergroting van schulden te voorkomen. De overheid dient de beslagvrije voet te respecteren. Om escalatie van schulden te voorkomen, wordt meer ingezet op direct contact met schuldenaren. De stapeling van boetes vanwege te laat betalen en bestuursrechtelijke premies wordt gemaximeerd. Mogelijkheden voor
    betalingsregelingen worden uitgebreid.
  • Bij incasso worden misstanden effectiever bestreden. De maximale incassokosten die in rekening mogen worden gebracht, worden gehandhaafd en er wordt bezien of het minimumbedrag omlaag kan. Er komt een incassoregister waarin incassobureaus worden opgenomen, die voldoen aan eisen met betrekking tot oprichting, bedrijfsvoering en opleiding. Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie.
  • Excessen in kredietverlening zullen worden tegengegaan, net als verdienmodellen waarbij hoge rentes mensen in de problemen brengen en de kosten van wanbetaling op de samenleving worden afgewenteld.
  • De juridische afhandeling van schulden wordt verbeterd. Schuldeisers dienen eerst de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken voor een zaak voor de rechter wordt gebracht. Er komt een experiment met een schuldenrechter, die alle zaken van een schuldenaar geconcentreerd behandelt.
  • Gemeenten krijgen een adviesrecht in de gerechtelijke procedure rondom schuldenbewind.
  • Met gemeenten en erkende vrijwilligersorganisaties wordt gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk van vrijwilligersprojecten gericht op schuldhulp en financiële begeleiding.
  • Het kabinet zal extra middelen beschikbaar stellen voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede – in het bijzonder onder kinderen. Op p. 61 zie ik bedragen staan: €30, €25 en €25 miljoen voor 2018, 2019 respectievelijk 2020. Niet structureel dus. Ik neem aan dat dit komt bovenop de Klijnsmagelden. Ik weet niet of het via gemeenten wordt uitgekeerd.

En verder lees ik:

  • P. 26: Het kabinet gaat in gesprek met gemeenten over de wijze waarop zij actief uitvoering geven aan de bestaande tegenprestatie. Omdat werk een zeer belangrijke onderdeel is van integratie, moet de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond –nieuwkomers én oudkomers– worden verbeterd. Om de beheersing van de Nederlandse taal –en daarmee het toekomstperspectief– te vergroten, geven gemeenten actief uitvoering aan de bestaande verplichting om de Nederlandse taal te leren. Het kabinet wil hierover niet-vrijblijvende bestuurlijke afspraken maken met gemeenten.
  • P. 27: Wanneer mensen vanuit de bijstand aan het werk komen, is het van belang dat ze er ook echt op vooruit gaan. Daarom wil het kabinet met gemeenten afspraken maken over het lokaal beleid om de armoedeval te verkleinen. Ook blijft de huidige ruimte voor experimenten in de Participatiewet om bijstandsgerechtigden weer actief te krijgen op de arbeidsmarkt.
  • P. 55: Te veel nieuwkomers blijven te lang aangewezen op een bijstandsuitkering. Dit is een onacceptabele uitkomst van het inburgeringsbeleid. Om dat te voorkomen dient er, waar mogelijk, een activerend en tegelijk ontzorgend systeem van sociale voorzieningen te zijn. Een simpeler en activerend systeem van voorzieningen voor statushouders kan dan inhouden: integratie met burgerschapswaarden en een verplicht leer- en (vrijwilligers)werktraject; een begeleide toegang tot de verzorgingsstaat: gemeenten
    innen de zorgtoeslag, huurtoeslag en bijstand gedurende de eerste twee jaar en de nieuwkomer ontvangt deze voorzieningen en begeleiding in natura met leefgeld. Na een toetsmoment kan een statushouder die zichzelf redt op de arbeidsmarkt, eventueel eerder uitstromen. Iemand die niet slaagt voor de toets, stroomt in principe nog niet uit. Op basis van het voorgaande worden middelen en werkwijzen ontwikkeld die in alle gemeenten toepasbaar kunnen zijn, zo nodig op basis van wet- en regelgeving, die het mogelijk maakt op deze wijze de zelfredzaamheid van nieuwkomers te bevorderen.
  • P. 66: De jaarlijkse afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon voor de bijstand wordt verlaagd van 5%-punt naar 3,75%-punt. Jaarlijks structureel, zo interpreteer ik het. In de Miljoenennota 2018 werd dit al aangekondigd voor alleen het jaar 2018. Lees wat dit betekent in Sociaal minimum gaat omlaag (2011) en Hoe zit dat nou precies met die dubbele heffingskorting? (2011).
  • P. 16: De hoogte van het maximale verplichte eigen risico voor zorgkosten wordt deze kabinetsperiode bevroren op €385 per jaar. Het niet verhogen van het eigen risico leidt, gegeven de financieringssystematiek in de Zvw, tot hogere zorgpremies.
  • P. 31: De harde afbouwgrens in de huurtoeslag wordt omgevormd naar een geleidelijkere afbouw.

Kledingpakketten en verjaardagsboxen

Vorige week was ik op bezoek bij de sympathieke Stichting Kinderen van de Voedselbank en samenwerkingspartner Stichting STOP. Als enige in Nederland verstrekken zij kledingpakketten voorzien van nieuwe kleding, nieuwe schoenen en een paar cadeautjes. Ook geven ze verjaardagsboxen uit. Dit doen ze in gemeenten die de stichtingen steunen. Een mooie manier om de Klijnsma-gelden te besteden.

Zoals de naam al aangeeft, richt de eerste stichting zich op gezinnen die gebruikmaken van de voedselbank. Stichting STOP is eind 2016 opgericht om ook andere doelgroepen onder de armoedegrens te bedienen. Gemeenten kunnen met STOP afspraken maken over de te hanteren armoedegrens.

Een kledingpakket vertegenwoordigt een waarde die ligt tussen de €145,00 en €165,00 per pakket, maar heeft een door gemeenten te betalen kostprijs van €50,00 voor een zomerpakket en €65,00 voor een winterpakket. Een verjaardagspakket kost €50.

Qua privacy hebben ze het goed geregeld: het gezin meldt zich bij de gemeente (of gemandateerde intermediair) die checkt of het gezin aan de criteria voldoet. De gemeente stuurt vervolgens een verificatiecode naar de stichting. Het gezin doet zelf met een formulier een aanvraag bij de stichting. Er worden dus geen persoonsgegevens uitgewisseld.

Meer info: Notitie Samenwerking Gemeenten en Stichting Stop.

Kinderen uit arme gezinnen krijgen smartphone

Afbeeldingsresultaat voor smartphone school

Duizend kinderen uit minder vermogende Haagse gezinnen krijgen een gratis smartphone, zo lees ik in de Volkskrant. Het project is een samenwerking van de gemeente Den Haag, stichting Leergeld Den Haag, het ministerie van SZW, T-Mobile en Samsung. Staatssecretaris Klijnsma roept gemeenten op dit voorbeeld te volgen. Er zijn meer gemeenten die smartphones verstrekken.

Niet iedereen vindt dat een goed idee. Lees bijvoorbeeld de column van Hanina Ajarai over de copieuze maaltijden die ze geserveerd krijgt bij arme mensen, en hun kindjes die er warmpjes bij zitten. Ach, discussie over riante vergoedingen voor minima is van alle tijden.

Ik ben deze week trouwens begonnen in de gemeente Neder-Betuwe. Ik maak er o.a. een plan voor de besteding van de Klijnsma-gelden. Ook op zoek naar ideeën? Kijk in de categorie jeugd op dit blog.

€ 8 miljoen om armoede en schulden tegen te gaan

Afbeeldingsresultaat voor zak met geld euroGoede initiatieven die armoede en schulden tegengaan kunnen ook de komende 2 jaar mogelijk worden gemaakt. Staatssecretaris Klijnsma heeft de subsidieregeling armoede en schulden verlengd naar 2018 en 2019. Sinds vandaag staat de regeling in de Staatscourant en zijn de thema’s bekend waarvoor maatschappelijke organisaties subsidie kunnen aanvragen.

Thema’s
Voor subsidie in 2018 en 2019 komen projecten in aanmerking die zich richten op:

  1. de ondersteuning van mensen die moeite hebben om mee te doen in de maatschappij;
  2. het bereiken en motiveren van moeilijk bereikbare groepen mensen met financiële problemen;
  3. het versterken van aandacht voor armoede en schulden in het sociaal domein, onder meer in de wijkaanpak;
  4. de voorbereiding van en begeleiding van jongeren in de leeftijdgroep18-/18+ ter preventie van schulden.

Aanvragen indienen
Op 1 februari 2018 opent de subsidieregeling en kunnen organisaties aanvragen indienen. In het najaar van 2017 organiseert het ministerie een voorlichtingsbijeenkomst voor potentiële aanvragers. Hoe, waar, wanneer en wat de voorwaarden zijn wordt tegen die tijd bekend gemaakt. Wilt u op de hoogte worden gehouden? Stuur dan een email naar sub.reg.armoedeschulden@minszw.nl en houd www.dus-i.nl in de gaten.

Gemeenten konden tot nu toe niet gebruikmaken van de subsidieregeling. Ik neem aan dat dat in 2018 en 2019 opnieuw het geval is.

 

Twee derde bijstandskinderen heeft migratieachtergrond

Sinds 2012 stijgt het aantal minderjarige kinderen in bijstandsgezinnen ieder jaar. In 2016 ging het om 78.000 kinderen, bijna 10.000 (2,1%) meer dan in 2015. Twee derde van alle bijstandskinderen heeft een niet-westerse migratieachtergrond, zo meldt het CBS. De stijging in 2016 kwam vooral door instroom van vluchtelingen uit Syrië en Eritrea in de bijstand. Het aantal bijstandskinderen uit Somalië of Afghanistan was wat lager dan in 2015.

Het aantal kinderen in gezinnen die 3 jaar of langer een bijstandsuitkering ontvangen, nam in 2016 toe met 4.400 tot ruim 114.000 kinderen. Dat is de helft van alle kinderen in bijstandsgezinnen.

Op de website van het CBS vind je onderaan een kaart met cijfers per gemeente.

 

Jeugdeducatiefonds

Na het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds is er sinds vorig jaar ook een Jeugdeducatiefonds. Volgens ongeveer dezelfde formule. Gemeenten kunnen het fonds (financieel) steunen, zodat kinderen gebruik kunnen maken van:

1. Persoonlijke begeleiding

  • Bijles, leeshulp, tutor, huiswerkhulp
  • Logopedist
  • Training ouders t.b.v. begeleiding kinderen
  • Testen, materiaal, nader onderzoek

2. Brede ontwikkeling

  • Educatieve uitstapjes
  • Naschoolse opvang met veel aandacht voor spel, creativiteit, buitenspelen, sociale vaardigheden, gesprekken aan de keukentafel

Lees ook:

Subsidieregeling voor projecten rond kinderen in armoede

Afbeeldingsresultaat voor armoede kinderen nederlandOrganisaties zonder winstoogmerk kunnen van het ministerie van SZW subsidie krijgen om meer kinderen die in armoede opgroeien te bereiken en kansen te bieden om mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school en sociale activiteiten via het verstrekken van voorzieningen in natura. Organisaties die kunnen aanvragen zijn bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen of partijen in de jeugdzorg.  Ze moeten landelijk of bovenregionaal werken, dus hun activiteiten niet beperken tot één gemeente of één regio. Gemeenten kunnen dus geen aanvraag indienen.

Het aanvraagtijdvak 2017 is open van 29 mei tot en met 12 juni. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Dien daarom de aanvraag zo snel mogelijk in! Lees meer over deze subsidieregeling.

NB. Ben je van plan lokaal of regionaal wat te gaan doen voor kinderen in armoede, dan kun je misschien een aanvraag doen via www.kansfonds.nl.