SZW over schuldhulp aan ondernemers

Op Kamervragen over de uitsluiting van zelfstandigen van schuldhulp antwoordt staatssecretaris:

Gemeenten mogen geen uitsluitingsgronden in het kader van de schuldhulpverlening hanteren. Zij moeten, ook in geval van mensen met een onderneming, een individuele afweging maken. Op grond van de individuele omstandigheden kan vervolgens de toegang tot de schuldhulpverlening worden geweigerd. Het simpele feit dat er sprake is van een onderneming is niet voldoende om geen schuldhulpverlening aan te bieden.

Ook schrijft ze dat het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) niet automatisch door de gemeente als passend en toereikend mag worden aangemerkt. En dat de gemeente de ondernemer niet zou moeten verplichten om de onderneming, indien deze rendeert, stop te zetten.

Goed om dit nog eens te benadrukken; in de praktijk is het vaak anders.

Meer nieuws van SZW: onder de titel ‘Ondernemend uit de schulden, gemeenten bieden hulp‘ heeft SZW onlangs filmpjes laten maken van een viertal organisaties die gemeenten kunnen inzetten om hen te helpen bij de schuldhulpverlening aan ondernemers. Er zijn vijf filmpjes, waaronder dit compilatiefilmpje:

Lees ook nog even Schuldhulpverlening voor ondernemers (juni 2017).

Regeerakkoord over armoede en schulden

Regeerakkoord

Op p. 27 van het vanmiddag gepresenteerde Regeerakkoord wijdt de nieuwe coalitie een paragraaf aan het Terugdringen van schulden en armoede:

  • Eén op de tien huishoudens heeft problematische schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet wil het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en mensen met schulden effectiever te helpen. Schuldhulpverlening is en blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Via programmatische afspraken wenst het kabinet met gemeenten tot een vernieuwende schuldenaanpak en een verbeterd schuldhulpverleningstraject te komen. Hierbij kunnen de volgende thema’s aan bod komen:
    – Verbeteren van de (toegang tot) schuldhulpverlening, met kortere wachttijden.
    – Beter samenwerken met andere partijen om onnodig oplopen van schulden te voorkomen.
    – Voorkomen van uithuisplaatsingen, zeker als daar kinderen bij betrokken zijn.
    – Ruimte geven aan gemeenten om op lokaal niveau met vernieuwende aanpakken en maatwerk te experimenteren.
  • De overheid heeft als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid om onnodige vergroting van schulden te voorkomen. De overheid dient de beslagvrije voet te respecteren. Om escalatie van schulden te voorkomen, wordt meer ingezet op direct contact met schuldenaren. De stapeling van boetes vanwege te laat betalen en bestuursrechtelijke premies wordt gemaximeerd. Mogelijkheden voor
    betalingsregelingen worden uitgebreid.
  • Bij incasso worden misstanden effectiever bestreden. De maximale incassokosten die in rekening mogen worden gebracht, worden gehandhaafd en er wordt bezien of het minimumbedrag omlaag kan. Er komt een incassoregister waarin incassobureaus worden opgenomen, die voldoen aan eisen met betrekking tot oprichting, bedrijfsvoering en opleiding. Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie.
  • Excessen in kredietverlening zullen worden tegengegaan, net als verdienmodellen waarbij hoge rentes mensen in de problemen brengen en de kosten van wanbetaling op de samenleving worden afgewenteld.
  • De juridische afhandeling van schulden wordt verbeterd. Schuldeisers dienen eerst de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken voor een zaak voor de rechter wordt gebracht. Er komt een experiment met een schuldenrechter, die alle zaken van een schuldenaar geconcentreerd behandelt.
  • Gemeenten krijgen een adviesrecht in de gerechtelijke procedure rondom schuldenbewind.
  • Met gemeenten en erkende vrijwilligersorganisaties wordt gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk van vrijwilligersprojecten gericht op schuldhulp en financiële begeleiding.
  • Het kabinet zal extra middelen beschikbaar stellen voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede – in het bijzonder onder kinderen. Op p. 61 zie ik bedragen staan: €30, €25 en €25 miljoen voor 2018, 2019 respectievelijk 2020. Niet structureel dus. Ik neem aan dat dit komt bovenop de Klijnsmagelden. Ik weet niet of het via gemeenten wordt uitgekeerd.

En verder lees ik:

  • P. 26: Het kabinet gaat in gesprek met gemeenten over de wijze waarop zij actief uitvoering geven aan de bestaande tegenprestatie. Omdat werk een zeer belangrijke onderdeel is van integratie, moet de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond –nieuwkomers én oudkomers– worden verbeterd. Om de beheersing van de Nederlandse taal –en daarmee het toekomstperspectief– te vergroten, geven gemeenten actief uitvoering aan de bestaande verplichting om de Nederlandse taal te leren. Het kabinet wil hierover niet-vrijblijvende bestuurlijke afspraken maken met gemeenten.
  • P. 27: Wanneer mensen vanuit de bijstand aan het werk komen, is het van belang dat ze er ook echt op vooruit gaan. Daarom wil het kabinet met gemeenten afspraken maken over het lokaal beleid om de armoedeval te verkleinen. Ook blijft de huidige ruimte voor experimenten in de Participatiewet om bijstandsgerechtigden weer actief te krijgen op de arbeidsmarkt.
  • P. 55: Te veel nieuwkomers blijven te lang aangewezen op een bijstandsuitkering. Dit is een onacceptabele uitkomst van het inburgeringsbeleid. Om dat te voorkomen dient er, waar mogelijk, een activerend en tegelijk ontzorgend systeem van sociale voorzieningen te zijn. Een simpeler en activerend systeem van voorzieningen voor statushouders kan dan inhouden: integratie met burgerschapswaarden en een verplicht leer- en (vrijwilligers)werktraject; een begeleide toegang tot de verzorgingsstaat: gemeenten
    innen de zorgtoeslag, huurtoeslag en bijstand gedurende de eerste twee jaar en de nieuwkomer ontvangt deze voorzieningen en begeleiding in natura met leefgeld. Na een toetsmoment kan een statushouder die zichzelf redt op de arbeidsmarkt, eventueel eerder uitstromen. Iemand die niet slaagt voor de toets, stroomt in principe nog niet uit. Op basis van het voorgaande worden middelen en werkwijzen ontwikkeld die in alle gemeenten toepasbaar kunnen zijn, zo nodig op basis van wet- en regelgeving, die het mogelijk maakt op deze wijze de zelfredzaamheid van nieuwkomers te bevorderen.
  • P. 66: De jaarlijkse afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon voor de bijstand wordt verlaagd van 5%-punt naar 3,75%-punt. Jaarlijks structureel, zo interpreteer ik het. In de Miljoenennota 2018 werd dit al aangekondigd voor alleen het jaar 2018. Lees wat dit betekent in Sociaal minimum gaat omlaag (2011) en Hoe zit dat nou precies met die dubbele heffingskorting? (2011).
  • P. 16: De hoogte van het maximale verplichte eigen risico voor zorgkosten wordt deze kabinetsperiode bevroren op €385 per jaar. Het niet verhogen van het eigen risico leidt, gegeven de financieringssystematiek in de Zvw, tot hogere zorgpremies.
  • P. 31: De harde afbouwgrens in de huurtoeslag wordt omgevormd naar een geleidelijkere afbouw.

Werkbonus voor Rotterdammers

Het verschil tussen een uitkering en de laagste salarissen is te klein, vinden ze in Rotterdam. Daarom trekt de stad ruim €2 miljoen uit voor een eenmalige bonus van €50 voor 40.000 werkenden met een inkomen tussen de 100 en 130% van het minimumloon.

Lees in de Volkskrant en op NOS.nl meer over o.a. de armoedeval en deze en andere ‘oplossingen’.

De vraag is of dit inkomensbeleid is. Gemeenten mogen geen inkomensbeleid voeren. Dat is voorbehouden aan het rijk. Gemeenten mogen bij inkomensondersteuning geen doelgroepen uitsluiten op basis van inkomstenbron. Zo mag je als gemeente ook niet een inkomensregeling treffen die alleen toegankelijk is voor bijstandsgerechtigden. Het rijk verstrekt al een werkbonus o.a. in de vorm van arbeidskorting bij de belastingaangifte. Je mag dat als gemeente niet zomaar opplussen.

Wat wel mogelijk is, is bijzondere bijstand op basis van groepskenmerken. Je zou werkgerelateerde kosten kunnen vergoeden, denk aan kleding, vervoer e.d.

 

Schuldhulpverlening voor ondernemers

Ik werd op Business Radio door Jacqueline Zuidweg geïnterviewd over schuldhulpverlening voor zelfstandig ondernemers. Luister en lees mijn blog. Ik zou het mooi vinden als de gemeentelijke afdelingen schuldhulpverlening en BBZ elkaar wat beter weten te vinden en afstemmen.

Geldboek
Vorige week werd een update van het Geldboek voor ondernemers gepresenteerd. Het Geldboek bevat alle basisinformatie over geldzaken, financiering vinden, administratie en belastingen.

Congres
Kom naar het congres Ondernemers en schulden op 15 juni in Bunnik.

Meer zzp’ers vragen bijstand aan
Het aantal bijstandsaanvragen door zelfstandige ondernemers is onverwacht met 12% toegenomen in het eerste kwartaal, zo lees ik op de website van het IMK. Ook krakkemikkige schuldhulpverlening voor zzp’ers en onderbenutting of zwakke uitvoering BBZ kunnen leiden tot meer instroom in de bijstand. Dan zijn de kosten net zo goed voor rekening van de gemeente.

Tot slot, lees op dit blog ook nog even Schuldhulpverlening aan zelfstandigen (maart 2017) en kijk in de rubriek Werkenden & Zelfstandigen.

Werknemer met schulden kost werkgever €13.000

Infographic Nibud

62% van de werkgevers heeft te maken met werknemers die in de schulden zitten, zo meldt het Nibud. Zo’n werknemer kost de baas zo’n €13.000 per jaar. Bijvoorbeeld vanwege stress, ziekteverzuim of de administratieve kosten als er beslag wordt gelegd op het loon.

Ruim de helft van de werkgevers ziet personeel met schulden als een groot risico. Ze kosten niet alleen geld, maar diefstal en fraude ligt ook op de loer. Ook zijn werknemers met grote schulden vatbaarder voor omkoping, vermoeden werkgevers.

Wat kun je als gemeente doen?
Doe werkgevers een aanbod en biedt schuldhulpverlening op de werkvloer. Benader ook SW-bedrijven! Lees de handreiking Schuldhulpverlening in bedrijf met goede voorbeelden en modellen van samenwerking tussen gemeenten en werkgevers. En wijs werkgevers op de websites financieelgezondewerknemers.nl en nibud.nl/werkgevers.

Schuldhulpverlening aan zelfstandigen

Vandaag heb ik bij het Platform Bbz een presentatie gegeven over schuldhulpverlening aan ondernemers. Ik kwam tot de ontdekking dat een belangrijke verwijzing nog ontbreekt op mijn blog: de Werkwijzer Dienstverlening voor zelfstandigen met schulden inrichten (Divosa, mei 2014).

Daarin vind je o.a. diverse aanpakken voor schuldpreventie en vroegsignalering (hoofdstuk 3), zoals het 155-noodloket (155 red een bedrijf). Dit is een initiatief van IMK en gemeenten om vroegtijdig met zelfstandigen in nood in gesprek te komen. De ondernemer wordt na telefonische aanmelding binnen 24 uur uitgebreid telefonisch te woord gestaan door een ervaren adviseur. Het project is in een groot aantal gemeenten opgestart en blijkt veel ondernemers snel van waardevolle praktische adviezen te voorzien. Vooral de makkelijke toegang (telefonische aanmelding, geen formulieren) maakt dat ondernemers zich sneller melden.

In hoofdstuk 4 lees je over de verbinding tussen Bbz en schuldhulpverlening. Met een Bbz-krediet kun je ook schulden saneren. De werkwijze is ongeveer hetzelfde als in de reguliere minnelijke schuldhulpverlening. Verschil is dat het Bbz-krediet rentedragend is en alleen beschikbaar voor ondernemers met een huishoudinkomen op het sociaal minimum. Daarnaast kan een aflosperiode worden overeengekomen die langer is dan bij een reguliere minnelijke schuldregeling (dus langer dan 3 jaar).

Blader ook nog eens door de Handreiking Bestrijding van armoede onder zelfstandigen. Hij is wat gedateerd (2010), maar bevat nog steeds een paar waardevolle tips en trucs. Bijvoorbeeld over het vormgeven van minimaregelingen zodanig dat ook zelfstandigen ervoor in aanmerking komen.

Bijna iedereen er op vooruit, vooral werkende minima

Minister Asscher heeft de Tweede Kamer vorige week geïnformeerd over de ontwikkeling van de koopkracht in de kabinetsperiode en de mate waarin beleid daarop van invloed is. Er is gekeken naar de periode 2012-2017.

‘De mediane koopkracht van alle huishoudens stijgt cumulatief met 5,5%. Deze verbetering is deels het gevolg van economische omstandigheden en deels van inkomensbeleid. Als gevolg van de economische omstandigheden stijgt de koopkracht met 3,4%. Het inkomensbeleid van het kabinet draagt in doorsnee 1,7% bij aan de koopkrachtontwikkeling.

Niet voor alle huishoudens is de koopkracht gestegen. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen huishoudens waarneembaar. De werkenden hebben hun koopkracht het meest zien verbeteren. Voor werkenden in de laagste inkomensgroep heeft het inkomensbeleid met 5,5% het sterkst bijgedragen aan de totale koopkrachtverbetering. Bij de hoogste inkomens wordt de koopkrachtontwikkeling grotendeels gestuurd door autonome ontwikkelingen. Ook voor uitkeringsgerechtigden is de koopkracht de afgelopen jaren gestegen. In doorsnee is de koopkracht van gepensioneerden gedaald. Dit is met name het gevolg van achterblijvende pensioenindexatie. Ouderen met een laag inkomen zijn er juist in koopkracht op vooruit gegaan. Het inkomensbeleid heeft gezorgd voor een verkleining van de inkomensongelijkheid in de kabinetsperiode.’

In hoofdstuk 8 van de notitie terugblik inkomensbeleid en koopkracht is te lezen dat de armoedeval kleiner is geworden. Dat heeft o.a. te maken met verhoging van de arbeidskorting en verlaging van het sociaal minimum. Bij het bepalen van de armoedeval is ook de bijzondere bijstand meegenomen, maar in de notitie wordt helaas niets gezegd over het effect van de bijzondere bijstand op de armoedeval.

rutte2

Ouderen
Pensioengerechtigden met een wat hoger inkomen, komen er dus niet zo goed van af. Maar het vertrekpunt is voor deze groep wel positiever dan voor veel andere groepen. Zie de aflevering van Zondag met Lubach hierover (wat minder taai dan een gemiddeld onderzoeksrapport). De armoede onder pensioengerechtigden is al jaren relatief laag. Van alle Nederlanders is 7,6% arm. Van de pensioengerechtigden is 3% arm (zie persbericht SCP sept. 2016). Ouderen tussen 55-65 jaar zijn overigens juist weer wel relatief arm.